De Gimbrères hebben hun roots in het hart van de Gascogne, in het departement de Gers. Documenten laten zien hoe ze zich vanuit één plek langzaam maar zeker verspreidden over dorpen en steden in de Gers, en later daarbuiten. Via Bordeaux en Antwerpen zijn ze tenslotte in Nederland, in Tilburg, terechtgekomen. Hieronder ziet u dit weergegeven in een schema. Verder beschrijven we, kort en in min of meer chronologische volgorde, de (meeste) plaatsen waar Gimbrères vóór Tilburg hebben gewoond

Wie lang naar dit schema tuurt ziet dat alle plaatsen in Frankrijk een einddatum hebben. De laatste Franse Gimbrere is, voor zover wij kunnen nagaan, in 1970 in Tournan-en-Brie, dichtbij Parijs, overleden. De Gimbrères die nu in Frankrijk wonen zijn geëmigreerde Nederlanders. De directe afstammingslijn van Jean Gimbrère (ca 1600) tot en met Jean  François  (1839) in Tilburg is te vinden onder De Voorouders van de Gimbrères.

La Gimbrère (?  – ca 1450)

La Gimbrère is een lieu-dit 19 km NW van Auch. Hier is alles begonnen voor de Gimbrères. Over de oudste geschiedenis van deze plek vertellen we in In de Middeleeuwen en in Heerlijkheid la Gimbrère. Van de gemeenschap die er geleefd heeft was in elk geval in de 16e eeuw niet veel meer over. La Gimbrère was toen een kleine heerlijkheid met een landhuis, een zogeheten salle noble, en een bijbehorende pachtboerderij, een métairie. Dit landhuis staat er nog steeds, te midden van een glooiend vruchtbaar landbouwgebied, waar veelal tarwe, mais en zonnebloemen worden verbouwd. Het is zeker dat er vanaf op zijn laatst 1499 geen Gimbrères meer in het huis hebben gewoond.

Bonas (ca 1250 – ca 1550)

In 1293 woonden er al Gimbrères in de heerlijkheid Bonas, ten noordwesten van la Gimbrère. Met het toekennen van rechten en vrijheden aan zijn bewoners wilde de heer van Bonas ze verleiden om te komen wonen binnen een ommuurd dorp. Het dorp bestond uit een rechte straat met aan weerskanten huizen. De achterkant van die huizen vormde de dorpsmuur. Bonas was een van de vele versterkte dorpen, de castelnaus, die in de 12e – 13e eeuw in Gascogne zijn gesticht, meestal op een heuvel aan de voet van een kasteel, zo ook in Bonas. Het kasteel, in de 18e eeuw uitgebreid verbouwd, staat er nog. Het dorp is begin 18e eeuw met zand volgestort tot de bovenrand van de dorpsmuren, om een fraai terras voor de kasteelheer aan te leggen. Dat terras is er ook nog. De bewoners zijn weggetrokken en Bonas heeft eigenlijk geen dorpskern meer. Begin 16e eeuw woonden er nog Gimbrères in en rond Bonas (vijf huishoudens zelfs), maar kort daarna zijn ze waarschijnlijk weggetrokken. Ze laten zich na 1507 niet meer terugvinden in documenten met betrekking tot Bonas.

 

Jegun (ca. 1500 – ca. 1680)

Het plaatsje Jegun ligt 3 km ten zuidoosten van la Gimbrère. De oudste vermeldingen van de Gimbrères zijn allemaal in een straal van 10 km rond Jegun te vinden. Waarschijnlijk hebben er al vanaf het begin van de 16e eeuw Gimbrères in dit versterkte stadje gewoond, maar de eerste vermelding die we gevonden hebben dateert van 1633. Bertrand Gimbrere is er dan advocaat aan de koninklijke rechtbank. Tegenwoordig heeft het zo’n 1100 inwoners.

Cézan (16e eeuw)

Cézan (8km NO van la Gimbrère) is een fraai voorbeeld van een castelnau, gelegen bovenop een heuvel, met nog enkele resten van de ommuring en van het kasteel van de heren van Cézan. Het is een dorpje met zo’n 200 inwoners. Of hier Gimbrères gewoond hebben weten we niet zeker, maar in 1558 heeft Jehan Gimbrere geprocedeerd tegen de consuls (vergelijkbaar met onze wethouders) van Cézan namens een maitre chirurgien van het dorp. Ook heeft Jehan het aan de stok gekregen met de lokale adel, die hem tot een boete van 25 pond veroordeeld hebben gekregen wegens het dragen van een wapen. Daarmee lijkt het er sterk op dat in elk geval Jehan daar woonde.

Castera Vivent (ca. 1500 – ca. 1680)

Tegenwoordig heet dit gehucht van negen huizen le Vieux Castéra (drie km noordelijk van la Gimbrère). Het ligt in de gemeente Castéra-Verduzan, waar de aanwezigheid van een geneeskrachtige bron geleid heeft tot de stichting van een kuuroord. Ook Castera Vivent is een castelnau, gelegen op een uitloper van een heuvelrij. Hier hebben in de 16e en 17e eeuw Gimbrères gewoond. Een aantal van hen lag begraven in het familiegraf in de kleine Sint-Blaisekerk. In een proces-verbaal uit 1564 worden Fris Gimbrere, consul van Castera Vivent, en maitre Bernard Gimbrere, pastoor van Castera Vivent, genoemd als getuigen. Fris is de eerste Gimbrère in de directe afstammingslijn van de nu levende Gimbrères.

 

Vic-Fezensac (ca. 1550 – ca. 1700)

Bijna 10 km ten westen van la Gimbrère ligt het stadje Vic-Fezensac, de oude hoofdstad van het graafschap Fezensac. Er lag in de Romeinse tijd al een nederzetting, aan de weg van Toulouse naar Bordeaux. Vroeger lag er een grafelijk kasteel, maar dat is na de Franse Revolutie afgebroken. Het stadje had eind van de 16e eeuw een bloeiende protestantse Hugenotengemeenschap. Misschien is dat wat de vader van Samson Lagimbrère naar het stadje had toegelokt. Samsons Oudtestamentische naam is er een indicatie van (verder hebben we geen Hugenoten onder de Gimbrères teruggevonden). Tegenwoordig is Vic een heel klein stadje met 3500 inwoners.

Toulouse (eind 16e – begin 17e eeuw)

Toulouse is een grote industrie- en universiteitsstad in het zuidwesten van Frankrijk (84 km O van la Gimbrère). Met 472.000 inwoners (en 1.331.000 in de metropool) is het de 4e stad van Frankrijk. De vliegtuigfabriek van Airbus is bekend. Toulouse heeft een roemrijk verleden, wat zichtbaar is in een grote, mooie, oude binnenstad. Al voordat de Romeinen zich er vestigden lag er een oppidum van een welvarend volk. De “Romeinse” stad Tolosa was een van de grootste steden van Gallië. Ook in en na de Middeleeuwen was het een belangrijke stad. Er hebben Gimbrères gewoond: de meester-wolkaarder François Gimbrere maakte er in 1614 zijn testament op en Jean Gimbrere trouwde er in 1651.

De zoektocht naar Gimbrères in de archieven van Toulouse, die weliswaar goed ontsloten zijn, is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Toulouse was een indrukwekkend grote stad en dat zie je terug in de hoeveelheid archiefmateriaal. We hebben vooralsnog geen enkel idee bewijs of, en zo ja hoe, deze Gimbrères verwant zijn aan de Gimbrères in het hartland. Gezien de absolute zeldzaamheid van de familienaam in Frankrijk en de onderlinge verwantschap van alle andere Gimbrères die we gevonden hebben, ligt ook hier een verwantschap echter voor de hand.

                                                       

                                                                                                                                                                                         

La Cavalerie/Claverie (17e eeuw)    

De Commanderie de la Cavalerie ligt tussen Ayguetinte en Castéra-Verduzan. Het was eerst een commanderie van de Tempeliers en na hun val van de Hospitaalridders (de Maltezers). De Commanderie vormde o.m. een rustplaats voor pelgrims naar Santiago de Compostella. De villa en de kapel, die over zijn gebleven, zijn tegenwoordig in particulier eigendom. Of er ooit een hospitaalfunctie aan de Commanderie verbonden was, is de huidige bewoners niet bekend. Er staat een groepje huizen bij de Commanderie, tegenwoordig de lieu-dit La Claverie. We hebben ontdekt dat daar in de 17e eeuw enkele generaties Gimbrères hebben gewoond. Zij werden begraven in de kapel van de Commanderie.

Ayguetinte (ca 1600?-1800)

Ayguetinte ligt ca. 7 km ten noorden van la Gimbrère. Vanaf tenminste ongeveer 1600 tot 1810 hebben er Gimbrères in Ayguetinte gewoond. De eerste Gimbrère die hier woonde was Jean Gimbrere, herbergier. Als kleinzoon van Fris, de consul van Castera Vivent, is hij een van de vroegst bekende verre voorvaders van de hedendaagse Gimbrères. Ayguetinte is nu een slaperig dorpje, waar weinig aan oude tijden doet herinneren. De kerk is van na 1800, de huisjes rond het dorpsplein lijken dat ook te zijn. Een enkele villa en boerderij zijn vermoedelijk van oudere datum. Rond 1760 woonden hier één adellijke familie (d’Auxion), twee chirurgijnen en een timmerman, meubelmaker, koperslager en olieperser. Van de meeste anderen bewoners vermeldt het kerkregister de beroepen niet. In 1779 heeft de edelman Gérard d’Auxion opgave gedaan van zijn rechten in de heerlijkheid Ayguetinte. Hij vermeldde dat het dorp ommuurd en omgracht was en dat het binnen de muren slechts ongeveer 28 huizen telde.

Wat doet een maitre chirurgien dan in dit dorp? Twee Gimbrères waren niet de enigen die dit beroep hier uitoefenden. Joseph Raulin was een beroemd arts uit de 18de eeuw. Hij is geboren in Ayguetinte, waar zijn vader Pierre maitre chirurgien was. De meeste dorpen hadden wel een chirurgijn in die tijd. Ze hielpen ook bij bevallingen. Maar twee in het piepkleine Ayguetinte is wel veel. Nog sterker, in 1700 waren er zelfs drie Gimbrères maitre chirurgien in Ayguetinte: de broers Bernard, Antoine en Raymond. We vermoeden dat er sprake is van bovenlokale activiteiten. Twee alternatieve mogelijkheden zijn de geneeskrachtige baden van het nabijgelegen Castéra-Verduzan, die veel ouder zijn dan de huidige voorzieningen. Een andere mogelijkheid is de Commanderie la Claverie.

Gaillac (Tarn) (ca 1660 – 1756)

Gaillac ligt ongeveer 120 km ten het oosten van het Gimbrère-hartland aan de rivier de Tarn. Het telt tegenwoordig 19.000 inwoners en is daarmee de derde stad van het departement de Tarn. De fraaie historische binnenstad is opgetrokken in roze baksteen. De stad is omgeven door wijngaarden. Rond 1660 is een Jean Gimbrere, maitre chirurgien, vanuit Ayguetinte vertrokken naar Gaillac om daar zijn geluk te beproeven. Zo’n 35 jaar later ging een neefje – ook een Jean en ook een maitre chirurgien – hem achterna. Diens kinderen waren alweer de laatste Gimbrères ter plaatse.

 

Valence-sur-Baïse (ca 1680 – 1829)

Valence is een stadje van zo’n 1100 inwoners, gelegen op een steile heuvel uitkijkend op de rivier de Baïse en haar vallei, 30 km NW van Auch en 6 km NW van Ayguetinte. Het werd als nieuwe stad, als bastide gesticht in 1274 en heeft het kenmerkende stratenplan van haaks op elkaar staande wegen. In het zuidwesten van Frankrijk kom je veel bastides tegen. Naar huidige maatstaven is het niet meer dan een dorp, met als toppunt van de lokale voorzieningen een basisschool. Rond 1680 is weer een Jean Gimbrere, maitre chirurgien, uit Ayguetinte vertrokken, ditmaal naar Valence. Zijn nageslacht verbleef daar tot midden 19e eeuw.

Auch (1690 – 1876)

Auch is de hoofdstad van de Gers en wordt beschouwd als het historische hart van de Gascogne. Al in de Klassieke Oudheid was dit een stad: Augusta Auscorum, gelegen aan de grote Romeinse weg van Toulouse naar Bordeaux, de Via Aquitania. Met 22.000 inwoners en een oude binnenstad met een fraaie kathedraal is de stad zeker de moeite waard. De pousterles, smalle steegtrappen van de rivier naar de hoge binnenstad, roepen een middeleeuwse sfeer op.

In Auch bevindt zich ook het departementaal archief, waar we veel van onze bronnen voor de genealogie en geschiedenis van de Gimbrères gevonden hebben. In 1690 vertrok Bernard Gimbrere, jongste van vijf broers, allen maitre chirurgien, vanuit Ayguetinte naar deze stad. Hij en zijn nageslacht genoten een zeker aanzien in de stad: zowel hij als zijn zoon als zijn kleinzoon werden gekozen c.q. benoemd tot consul. In 1876 overlijdt zijn achter-achterkleindochter Madeleine, de laatste Gimbrère in Auch.

Larroque sur l’Osse, Larressingle, Mouchan (ca 1720 – 1953)

Larroque sur l’Osse, of Larroque Maniban of Larroque Verduzan, zoals het voor de Franse Revolutie heette, is een klein dorpje op een heuvel. Wederom een castelnau, waarvan nog resten van de ommuring en het kasteel te zien zijn. Met 240 inwoners staat ook Larroque symbool voor de lage bevolkingsdichtheid van de Gers. Rond 1800 woonden hier nog 600 mensen. Larroque ligt op 20 km NW van Ayguetinte (dus niet te verwarren met Larroque-St-Sernin; er zijn veel Larroques in de Gers).

De muren en de poort van Larressingle

Rond 1720 is Raymond Gimbrere, zoon van de oudste van de 5 broers maitres chirurgiens en zelf ook maitre chirurgien, vanuit Ayguetinte vertrokken naar Larroque. Zijn achterkleinzoon Bazile is als veldchirurg met Napoleon meegetrokken op o.a. de Russische Veldtocht en was een van de weinigen die het er levend van af brachten. Bazile was in Larroque geboren, maar heeft zich na een lange militaire carrière in Parijs gevestigd. De jongste zoon van Raymond, weer een Jean, is verhuisd naar Larressingle, een mooi middeleeuws ommuurd dorp, en diens kleinzoon Jean Marie naar Mouchan, een dorpje van 400 inwoners met een mooie romaanse kerk, waar de laatste Gimbrère in de Gers, Catherine Claire, in 1953 is overleden.

Parijs, Tournan-en-Brie (1840 – 1970)

De stad Parijs behoeft geen toelichting. Bazile Gimbrère, geboren in Larroque-sur-l’Osse, zoon van een maitre chirurgien en zelf veldchirurg, eindigde zijn militaire loopbaan in Parijs. Hij is daar blijven wonen. Zijn kleinzoon Georges Louis Eugène, geboren in Parijs, is in 1970 overleden in Tournan-en-Brie, een plaatsje van 8800 inwoners 35 km ten oosten van Parijs. Hij was voor zover we hebben kunnen nagaan de laatste Gimbrère in Frankrijk die niet van onze Jean François afstamde, maar van Bernard, broer van Raymond, de betovergrootvader van Jean François.

Bordeaux (1733 – 1837?)

Bordeaux is een havenstad aan de Garonne, die samenvloeit met de Dordogne in de Gironde en zo uitkomt in de Atlantische Oceaan. In de stad zelf wonen 247.000 mensen (in 2014), maar de metropool telt meer dan 870.000 inwoners. Bordeaux ligt 137 km NW van Ayguetinte en het hartland van de Gimbrères. Het is een levendige universiteits-, industrie- en havenstad met een fraai centrum, mooie kerken en overige bezienswaardigheden. Bordeaux ligt in het hart van de gelijknamige wijnstreek. Ook Bordeaux heeft een Romeinse voorgeschiedenis: Burdigala.

In 1675, als Lodewijk XIV, de latere zonnekoning, Bordeaux intrekt, onderwerpt de stad zich aan het centrale gezag in Parijs. De Port de la Lune (de bijnaam van Bordeaux) wordt opengesteld voor de handel en groeit uit tot de belangrijkste haven van Frankrijk. De stad maakt een belangrijke bloeiperiode door, die duurt tot de Franse Revolutie. Er wordt gehandeld in wijn uit de streek en suiker uit de koloniën. Maar de meeste inkomsten komen uit de slavenhandel. In deze bloeitijd worden de wallen geslecht en de middeleeuwse stad wordt omgevormd tot een moderne stad. Er vestigen zich avonturiers uit Portugal, Ierland en uit de streek van de Tarn, om te profiteren van de nieuwe welvaart.

De bloeitijd van Bordeaux is terug te zien in de bouw van monumentale gebouwen, zoals het grand théâtre, dat wordt geïnaugureerd in het huwelijksjaar van onze voorvader Dominique. Aan het einde van de 18de eeuw gaat het mis. Bordeaux krijgt veel te lijden van de Franse Revolutie, die in 1789 uitbarst. De Girondijnen, vertegenwoordigers van de liberale burgerij uit de streek van Bordeaux, proberen hun gematigde stem in het revolutionaire Parijs te laten horen. Zij verloren echter de strijd. Ook economisch verdwenen de “goede tijden”, want in de Napoleontische tijd wordt de handel over de oceaan gesloten. Zo is het heel begrijpelijk dat Bernard Gimbrere in 1733 vanuit Ayguetinte naar Bordeaux trok en dat de Gimbrères er rond 1800 weer verdwenen. In elk geval is dat de tijd dat Bernards kleinzoon Jean van Bordeaux naar Antwerpen ging.

Antwerpen (ca 1800 – 1870)

Antwerpen, welbekende havenstad aan de Schelde, ligt 874 km N van Ayguetinte en het hartland van de Gimbrères. In 1794 bezette de Franse revolutionaire troepen de zuidelijke Nederlanden tot aan de Maas. Hierdoor wist de stad zich te ontworstelen aan de blokkade, die was ingesteld door de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden. De stad bloeide op en trok veel nieuwe inwoners. De Fransen legerden er veel troepen, omdat ze de haven belangrijk vonden voor de strijd tegen Engeland. In 1803 begon Napoleon met het aanleggen van dokken voor zijn grote Antwerpse oorlogshaven.

Rond 1800 is Jean Gimbrere van Bordeaux in Antwerpen terechtgekomen. Mogelijk nam hij deel aan de militaire inspanningen ter plaatse. Er waren in Antwerpen in 1809 ongeveer duizend man geregelde troepen en veertienhonderd militaire arbeiders en scheepstimmerlui. Antwerpen heeft maar kort van de hernieuwde bedrijvigheid kunnen genieten. De Belgische Revolutie van 1830 en het definitief uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in Nederland en België in 1839 betekende opnieuw niet veel goeds voor de welvaart van Antwerpen. De haven verloor 60% van zijn handel. Jean Gimbrere uit Bordeaux was er de eerste Gimbrère, en tevens de laatste, na het overlijden van zijn oudste zoon Dominique in 1830 en het vertrek van zijn jongste zoon Jean François naar Tilburg in 1839. Zie ook de pagina Antwerpen.

Tilburg (1839 – heden)

De moederstad van de Nederlandse Gimbrères ligt 935 km ten noorden van Ayguetinte en het hartland van de Gimbrères. Met 217.000 inwoners is het een grote stad, met een groot textielverleden. Met een universiteit en een brede hogeschool is Tilburg een onderwijsstad te noemen. Tilburg had al eeuwen een lakenindustrie, ook in het begin van de 19e eeuw. De innovatieve geest die in de Tilburgse textielindustrie heerste kan de aanleiding geweest zijn voor Jean François Gimbrere om zich in 1839 te vestigen. Het is het jaar van het Verdrag van Londen, waarin de definitieve splitsing van België en Nederland werd geregeld. Vanuit het in verval verkerende Antwerpen ging Jean François naar Tilburg, aanvankelijk als handelaar in paraplu’s, al snel ook als paraplufabrikant. Het verhaal gaat in de familie dat Jean François als zoon van een Frans staatsburger ook Frans staatsburger was en zo kon beschikken over toegang tot het Franse octrooi op de baleinen van paraplu’s. Nederland zou een mooie afzetmarkt voor hem zijn, maar vestiging in Nederland zal gezien de onzekere grenssituatie vermoedelijk noodzakelijk zijn geweest.